Ziekenvervoer 

Manlief is met een forse hersentumor en hersenbeschadiging niet meer dezelfde als voor de operatie. Hij is kwetsbaar geworden en alles kost hem meer moeite dan de gemiddelde leeftijdgenoten. Lopen en bewegen alleen al is met een – zoals hij zelf zegt – uitgevallen rechterflank niet eenvoudig. Toch wil hij zoveel mogelijk zelfredzaam blijven en bij de bezoeken aan de verschillende ziekenhuizen loopt hij zelfstandig zonder stok of wat dan ook.

Ziekenvervoer bij oncologische behandeling 
Gelukkig is het in Nederland goed geregeld; als oncologisch patiënt met een bewegingsbeperking kan hij via de ziektekostenverzekering gebruik maken van ziekenvervoer. En ik mag als begeleidster mee reizen. Want zelf rijden vind ik momenteel nogal een belasting. Door de vermoeidheid, een overvol hoofd, het incidentele gebruik van kalmeringsmiddelen, het drukke verkeer in de Randstad en een kritische, niet zo subtiele mederijder, durf ik het gewoon niet aan. Mijn aandacht en energie besteed ik beter aan het luisteren naar alle belangrijke informatie die op ons afkomt, het verwerken van alle indrukken en emoties en het ondersteunen van mijn man. Dat neemt al genoeg ruimte in. Of ik wil of niet.

In de ochtend in de taxi op weg naar de Daniel den Hoed kliniek in Rotterdam.

Een keur aan taxichauffeurs 
Meestal gaat het taxivervoer prima. Vriendelijke chauffeurs, die soms met onorthodoxe tips tegen kanker komen, zoals het gebruik van wietolie. Of je met een Pools accent heel hartelijk welkom heten in hun auto. Soms is er nauwelijks contact. Soms reizen er andere passagiers mee. Soms is het een busje, soms een blauwe Mercedes. Eén keer was de taxi fors te laat, maar ook dat werd door de coulance van de artsen van het LUMC geen probleem.

Een boze chauffeur 
Toen onze afspraak bij de Daniel den Hoed kliniek wat uitliep en ik dat telefonisch doorgaf aan de centrale, was er van die kant alle begrip. De afhaaltijd werd gewoon met een kwartier verschoven. Toen we buiten kwamen, stonden er verschillende taxi’s te wachten. Manlief, een beetje nerveus als het op afspraken aankomt, liep naar één van de glimmende vehikels, wilde de passagiersdeur openen om te vragen of de zittende chauffeur misschien voor ons kwam. In zijn hand had hij een plastic tas met twee grote potten van plastic waar hij thuis urine in moet opvangen. In zijn onhandigheid tikte de tas tegen de deur van de taxi en voordat hij boe of bah kon zeggen, was de chauffeur al uit de auto gestoven en begon op felle toon tegen mijn verbouwereerde man te roepen: ‘Kijk uit met die tas van je’ en voegde er nog wat meer fraais aan toe. Manlief deinsde als een klein kind achteruit, kroop in zijn schulp, boog zijn hoofd en mompelde een verontschuldiging. ‘En ik kom ook niet voor jou!’, benadrukte de chauffeur en ik kreeg de indruk dat hij wilde zeggen: ‘Gelukkig maar’.

Assertief of niet? 
Van een afstand zag ik het gebeuren. Ik liet het tafereel even op mij inwerken, terwijl ik op hetzelfde moment onze taxibus van Connexion aan zag komen rijden. Hier klopte iets niet. Het was nergens voor nodig dat deze chauffeur op zo’n agressieve en beschuldigende toon mijn man benaderde. Het kon gewoon niet zo zijb dat de inhoud van het tasje de autodeur had beschadigd. Bovendien had de man niet eens de moeite genomen om te kijken of er een kras of wat dan ook was gemaakt, dus dat was niet eens het probleem. Het enige wat hij deed was uit zijn auto springen en uit zijn slof schieten. Overassertiviteit, boos, sterk. Maar mijn zieke man zien inkrimpen als een kleine jongen klopte ook niet. Subassertiviteit, kwetsbaar, ziek. Hier waren de verhoudingen volledig zoek. Dit voelde aan alle kanten fout. Daarom stapte ik op de auto af, tikte op het raam en zei: ‘Besef je wel dat je een heel ziek iemand uit zit te schelden? Hij is zich helemaal rot geschrokken.’ Weer stapte de man uit zijn auto. ‘Ik ben me ook rot geschrokken dat hij met zijn tas tegen mijn auto kwam’, antwoordde de man op verhitte toon. ‘Ik hoef niet met iedereen rekening te houden!’, was zijn stelling. ‘Misschien moet je dat wel’, mompelde ik en liep naar de taxibus. En ik dacht bij mijzelf: ‘Waarom zieke mensen vervoeren als je zo’n stuk chagrijn bent en je auto je alles is?’ Een discussie leek me verder zinloos, maar mijn zegje had ik in ieder geval gedaan.

Een beetje verbouwereerd door de boze taxichauffeur en opgelucht dat manlief mee mag doen met een experimentele behandeling in Rotterdam in de taxibus terug naar Den Haag.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s