De Bijenkorf

Woensdagochtend 1 april Kanaleneiland

Als ik bij Liesbeth aankom, zit poes Mies in de vensterbank naar buiten te staren. Ik knipoog eens vriendelijk naar haar en kijk op mijn beurt naar binnen. Liesbeth zit op de houten bank aan de grote tafel. Vier kinderen in de leeftijd van 1, 2, 3 en 4 staan op diezelfde bank om haar heen. Twee zijn van Liesbeth, op de andere past ze die ochtend even. Ze zijn druk in de weer. Als ik binnen ben gelaten en tegenover hen heb plaats genomen, zie ik waar mee. De vier kleine kappers borstelen en kammen vol overgave het haar van Liesbeth. Het is reuze gezellig. Ook Elmarie komt erbij zitten. Van werken komt vandaag niet veel, maar dat geeft niet.

Dan wordt één van de kindjes verdrietig. Hij wil graag weer naar zijn eigen mama toe. Hij is moe. Maar hij moet nog even wachten. Hij kruipt bij Liesbeth op schoot om troost. Op tafel staat een bijenkorf. Liesbeth heeft die zelf gevlochten tijdens een cursus. Het blijkt een goede afleider, want weten de kinderen ook wat het is? Die van Liesbeth natuurlijk wel, maar de twee gastjes? Het is in ieder geval een in potentie uitstekende afleidingsmanoeuvre.

Bijenkorf
De bijenkorf die Liesbeth heeft gevlochten.

‘Kijk nou eens. Wat is dit voor gek ding? Is het misschien een brievenbus?’ Ik teken een kusje op een klein papiertje voor het verdrietige jongetje en gooi het door de spleet, die eigenlijk voor bijen is bestemd. Geïntrigeerd kijkt hij toe, ik heb zijn aandacht. ‘Of is het misschien een hoed?’ Ik zet hem op mijn hoofd, maar het is veel te groot. Ik kijk door de spleet en zie een lachje verschijnen. De afleidingstactiek werkt. ‘Het is een wasmand’, roept de grote zus van het verdrietige jongetje. We zetten de korf op zijn kop. Het zou best weleens kunnen, er past in ieder geval genoeg in. Maar dan grijpt de dochter van Liesbeth in: ‘Nee joh, het is een bijenkorf’. De kinderen van twee imkers hou je niet voor de gek als het op bijen aankomt.

Terwijl Liesbeth en de meisjes eieren gaan bakken, lees ik de twee jongetjes voor. In het boekje staat een bijenkorf op een flapje. Als we het openen, zien we bijtjes binnenin. Het punt is nu helemaal duidelijk. De gekke wasmand is een huis voor bijen. Als het half één is, schuiven ook de jongens van Elmarie aan voor de lekkere lunch. Ze komen uit school en vooral de oudste is vol van de 1 aprilgrappen die zijn uitgehaald. De kleuters houden ook wel van grapjes en dus houden we elkaar voor de gek, terwijl we onze broodjes met ei eten. De bijenkorf staat ondertussen nog steeds op de tafel, een beetje opzij geschoven. Nog onbewoond, maar aan bedrijvigheid is er geen gebrek.

En poes Mies heeft volgens de laatste berichten inmiddels de bijenkorf ontdekt als poezenmand en… krabpaal. Oeps!

Poes Mies in de bijenkorf.
Poes Mies is helemaal in haar nopjes met de Bijenkorf die Liesbeth heeft gevlochten.
Advertenties

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s